Meer ambitie graag!

Hanneke Snippen-Dullemond


Van Hanneke Snippen-Dullemond mag Nederland veel meer ambitie tonen als het gaat om modernisering van de overheid. “Natuurlijk een riskante opmerking, zo vlak na het rapport-Elias, en toch geloof ik erin”, zegt Hanneke op basis van haar internationale ervaringen.

Hanneke is vanuit het programma Open Overheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken contactpersoon in Nederland voor het Open Government Partnership (OGP). Dit levert voor Nederland toegang tot een schat aan internationale kennis en ervaring op. We bevroegen Hanneke over de lessen die zij hieruit trekt en welke kansen zij ziet.

1. Allereerst willen we weten: Wat houdt het in om OGP-contactpersoon te zijn?
Dat betekent dat ik de processen bewaak en/of uitvoer rond de tweejaarlijkse nationale actieplannen, de jaarlijkse self assessments en de periodieke, onafhankelijke reviews, waarover het Expertisepunt al eerder berichtte. Daarnaast probeer ik via OGP een internationaal netwerk te bouwen om kennis en ervaring uit te kunnen wisselen met andere landen. Dit doe ik trouwens naast andere werkzaamheden, dus m’n agenda is flink gevuld.

2. Wat vind je dat Nederland kan leren van jouw internationale contacten?
Dat we niet te veel uit moeten gaan van onze soms ‘oude beelden’ van zich ontwikkelende landen; er worden enorme slagen gemaakt in modernisering van overheden die aan veel ambtenaren in Nederland voorbij gaan. En tegelijkertijd moeten we ook niet ‘te zielig’ doen over de idee dat we misschien last hebben van de wet van de remmende voorsprong. Dat bedoel ik zo: er zijn landen, zoals Estland, die enorme stappen hebben gezet in modernisering van hun overheidsapparaat en –dienstverlening aan de mensen. Denk aan een digitaal systeem waarin alle lokale beleid en wetgeving van begin (initiatief) tot eind (vaststelling regels) te organiseren, te volgen en te becommentariëren zijn. Raadsverslagen die door automatisch transcript direct en online beschikbaar zijn, zijn bijvoorbeeld echt een uitkomst. In Nederland zeggen we dan al gauw ‘ja, maar Estland kon helemaal van nul af aan een heel nieuw systeem opzetten, zo kan ik het ook’. Maar zo blijven je ambities volgens mij te klein.

3. Wat levert meer ambitie op?
In Azerbeidjaan is een enorme slag gemaakt met overheidsdienstverlening via ASAN service, waar veel overheidsorganisaties, zowel ministeries als uitvoeringsorganisaties, samen aan hebben gewerkt. In Mexico zal er in 2015 één website zijn waarop mensen alle publieke procedures en services op één plek (‘single web access point’) kunnen inzien, doorlopen en beoordelen, onafhankelijk van plaats, tijd en device. In Georgië is er één online platform waarop publieke aanbestedingen worden uitgevoerd; omdat de aanbestedingen alléén op dit platform mogen gebeuren, en het proces door ‘any interested party’ kan worden gevolgd, is daarmee geprobeerd de voorheen problematische corruptie de kop in te drukken. Achter al deze concrete ontwikkelingen hebben grote ambities gezeten. Daar kunnen we in Nederland volgens mij van leren. Natuurlijk een riskante opmerking, zo vlak na het rapport-Elias, en toch geloof ik erin.

4. Welke worstelingen zie je?
Een van de belangrijke worstelingen die ik zie, zowel in Nederland als in andere landen, is de mate waarin het de (mensen die werken bij de) overheid lukt de verbinding te leggen met de burger, of liever: de mensen zijnde inwoners van Nederland. Daarmee bedoel ik niet alleen dat overheidsmedewerkers, bestuurders en politici luisteren naar mensen, gelegenheid bieden tot inspraak of consulteren over nieuw beleid en nieuwe wetgeving. Ik bedoel meer nog: samen tot betere oplossingen komen voor maatschappelijke problemen, of mensen de ruimte geven zónder de overheid tot betere oplossingen en nieuwe initiatieven te komen. Dan heb ik het dus over een echt Open Aanpak van de overheid. Op lokaal niveau zie je dat al veel meer gebeuren, maar bij de rijksoverheid zie ik nog wel ruimte voor verbetering. Ik ben benieuwd of anderen dat beeld herkennen.

5. Welke kansen zijn er volgens jou?
Luisterend naar het International Forum on Open Government bij de OESO in Parijs afgelopen september, kreeg ik het idee dat we bij het Rijk in het bijzonder meer gebruik kunnen maken van jongeren: hun kennis en ervaring met social media en met de digitale wereld, hun ideeën bij de overheid van de toekomst (inclusief democratie!). Mijn vragen daarbij zijn: interesseert het ons bij de overheid hoe jongeren denken over maatschappelijke problemen en de mogelijke oplossingen? Interesseert het jongeren om mee te denken en te werken met de overheid? En hoe en met wie organiseren we dat?

6. Wat vind je leuk aan het internationale werk?
De internationale contacten vind ik erg inspirerend. Op internationale bijeenkomsten van OGP worden behalve de betrokken mensen vanuit overheidsorganisaties, ook mensen die actief zijn voor ‘civil society’ uitgenodigd, zeg maar maatschappelijke en non-gouvernementele organisaties. Daardoor is het publiek vaak wat scherper en (veelal constructief!) kritischer dan bij internationale bijeenkomsten met alleen ambtenaren, zoals ik in vorige functies in Brussel vaak heb meegemaakt. Het bouwen van een netwerk kost wel tijd. Ik werk sinds januari 2014 bij het programma Open Overheid, en begin nu pas een beetje een internationaal netwerk te krijgen waar ik ook concreet gebruik van kan maken ten behoeve van Nederland. Door in de toekomst nog méér collega’s vanuit Nederland te betrekken bij dit internationale netwerk van OGP hoop ik dat die inspiratie niet bij mij blijft hangen, maar zich breder verspreidt.

Advertisements

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s